Top menu

Het einde van de TRIS

suriname_onafhankelijk

De vlaggenceremonie in het Suriname Stadion leidt tot uitbundige feestvreugde onder de hoge gasten, waaronder de toenmalige Prinses Beatrix. (foto: ANP Archief)

In 1975, het jaar waarin Suriname onafhankelijk werd, werd de TRIS opgeheven. Tot die tijd raakte de TRIS nauw bij de voorbereidingen van de Surinaamse onafhankelijkheid betrokken. Aanvankelijk was het de bedoeling dat het zelfstandige Suriname over een paramilitaire organisatie zou gaan beschikken om de veiligheid van het land te garanderen. Het hiervoor benodigde personeel zou voor een groot deel uit de op te heffen TRIS moeten voortkomen. Daarom zou de TRIS, al voordat zij zou worden opgeheven, geleidelijk haar Surinaamse militairen kwijtraken. Men noemde dit de ‘desurinamisering’ van de TRIS. Om te beginnen zouden er voor de TRIS geen Surinaamse dienstplichtigen meer worden opgeroepen.

suriname_onafhankelijk2

Op 25 november 1975 werd Suriname een onafhankelijk land. De Nederlandse vlag werd gestreken en de vlag van de nieuwe Republiek Suriname gehesen.

In 1974 besloot de Surinaamse regering echter dat haar land onmiddelijk na de onafhankelijkheid een volwaardige krijgsmacht moest hebben. Een Surinaams-Nederlandse Commissie had de taak deze legervorming voor te bereiden. Op haar advies werd besloten de Surinaamse Krijgsmacht (SKM) niet van de grond af op te bouwen, maar uit de TRIS te laten voortkomen. Om die reden werd de organisatie van de TRIS in de loop van 1975 aan de nieuw te vormen SKM aangepast, terwijl het Surinaamse element werd versterkt. De uitzending van Nederlandse dienstplichtigen naar Suriname werd stopgezet. De TRIS werd nu dus ‘gesurinamiseerd’. Op 25 november 1975, de dag van de onafhankelijkheid, hield de TRIS op te bestaan. Het materieel, de voorraden en de gebouwen gingen over op de SKM. Het Surinaamse beroepspersoneel van de TRIS stond voor de keuze of KL-militair te blijven en naar Nederland te komen of naar de SKM over te gaan. De meesten kozen voor de eerste mogelijkheid. Er waren ook Surinaamse beroepsmilitairen die in Nederland bij de KL werkzaam waren en die zich nu bij de SKM aansloten. Een van hen was sergeant Desi Bouterse, die na een opleiding aan de KMS sinds 1970 in Nederland beroepsmilitair was.

Na de officiële dank- en welkomswoorden op Schiphol was de TRIS definitief geschiedenis geworden. Maar de traditie van dit tropische onderdeel van de Koninklijke Landmacht ging niet verloren. Het Regiment Infanterie Oranje Gelderland ontfermde zich hier vanaf 1977 enthousiast over. Zo kregen bijvoorbeeld in de traditiekamer van het regiment op de Johan van den Kornputkazerne – en later in het Infanterie museum – tastbare herinneringen aan de diensttijd in Suriname een plek, zoals foto’s, houtsnijwerk, een houwer etc. De oude band kreeg zo een nieuwe invulling. De opheffing van het Regiment Infanterie Oranje Gelderland in 1994 maakte aan deze ontwikkeling een einde. De eerste contacten zijn echter weer gelegd nu het regiment een nieuwe toekomst tegemoet gaat. Opnieuw kunnen het Regiment Infanterie Oranje Gelderland en de voormalige militairen van de TRIS invulling geven aan hun misschien niet vanzelfsprekende, maar inmiddels wel traditionele band.