TRIS Online Gastenboek
Eind februari kreeg ik (TRIS, lichting 65-1) van de Veteranen club een uitnodiging voor een film, "Onze jongens in de jungle" geheten. Dat ging over de militaire dienst in Suriname in de jaren 50 -75. Ik heb weinig met de Veteranen club, vind het over het algemeen heren die een trauma hebben opgelopen, en laat de meeste uitnodigingen aan me voorbij gaan. Maar goed, voor deze gelegenheid dacht ik, misschien wel leuk, even terugblikken. In het Heerenstraattheater (Wageningen) met wat lotgenoten. Dat viel dus tegen, de film. Een breed uitgemeten verslag van een sergeant die was blijven hangen en met een local was getrouwd, een andere militair die een dammetje voor de opwekking van energie had gebouwd, wat beelden van een tocht door de jungle, lianen kappen, bivak opzetten, that was it. De regisseur en producent waren dertigers en waarschijnlijk nooit in dienst geweest, denk ik, in elk geval niet in Suriname en konden nauwelijks weergeven wat ons daar nou heeft beziggehouden. We hebben nooit iemand om zeep geholpen, maar het was wel een bijzondere tijd. 's Ochtends op appèl, saluerend en krabbend aan je kloten vanwege de zakschimmel, ringworm. De zaterdagavond naar de enige hoer in town, Marie, "Jantje Poelepantje wil je neuken..", waar de jongens voor in de rij stonden (Marie kon er van onderen een djogo instoppen zeiden de kenners) en na afloop een "broodje" (penisiline spuit op je fluit en daarna een strik erom) halen bij de hospik. Of muziek maken met de indos, bagus zoveel heimwee in die songs. Of de shoeshine sessies, spit and polish until mirrors...daar waren de blakkas weer goed in. Of de sporadische gevechten tussen de surinamers en indos, puur racisme. Of jongens die 's nachts in de jungle in de hangmat huilden om hun moeder....De korjalen, kulamannen, de stroomversnellingen, sergeant Zebeda (blakka) die god beter het niet kon zwemmen, sergeant Hilbers (domme kaaskop) die met ons in de jungle verdwaalde, en wij zijn geweer en munitie moesten dragen op de terugweg, de klootzak; de piranhas, de indianen, curare pijltjes, brulapen en aras schieten en eten.. Brownsweg, Nickerie, Albina, de miljarden muggen in het moeras aan de kust, de eindeloze nachtwachten en maar zware shaggies roken.... Bij dat soort taferelen en beelden word ik nou enthousiast. Helaas pindakaas, niets van dat al. Het bleek dat van de filmbezoekers (de veteranen) geeneen in Suriname was geweest. Wel in Korea, Nieuw Guinea, of Nederlands Indïe waarbij de laatsten bij de rondvraag nog eens uitgebreid verslag gingen doen van hun diensttijd en ellende aldaar. Over traumas gesproken…
B. Roelofsen